Geschiedenis

1909

De Hoop wordt gebouwd als Mercurius bij scheepswerf van de Gebroeders Zwolsman te Makkum, in opdracht van schipper Schelte Prins uit makkum.

23-04-1909

In de krant “Het Nieuws van de Dag” van Zaterdag 24 April 1909 valt te lezen:

 

Harlingen, 23 April.

De tjalk Mercurius, schipper Prins, met zand van Terschelling naar Sneek, is hier binnengelopen met averij aan de zwaarden.

15-02-1918

De Mercurius word verkocht aan Jocob Dijkstra uit Amsterdam welke haar onder de naam “de Vrouw Jantje” in de vaart brengt.

17-08-1918

De Vrouw Jantje wordt na exact een half jaar in beheer te zijn geweest van schipper Dijkstra uit Amsterdam verkocht aan Joost Wieland Corneliszoon uit Terneuzen. Deze schipper geeft haar de uiteindelijke naam De Hoop. Deze schipper heeft er hoofdzakelijk uien en penen mee vervoerd naar Belgie en Frankrijk.

1938

Joos Servaas

De Hoop wordt gekocht door schipper J.A. Servaas te Terneuzen. Deze sloopt samen met zijn zoon Maarten de mast, de giek en de zwaarden eraf, koopt voor f700,00 een 2e hands Kromhout en laat deze inbouwen door Simon Verlinde. (De motor heeft vanaf 1920 in een vissersboot gestaan, maar door toename van het aantal visnetten, is de motor niet meer toereikend). De ladingen varieerden: meel, tarwe, gerst, vlas, bonen, aardappelen, witte- rode kool, koolrapen, schelpen, zand en klappers (een soort zeewier waar jodium, lijm en veevoer van wordt gemaakt).

Het vaargebied was vanaf Terneuzen naar Sas van Gent (molen), Vlissingen, Rotterdam, Amsterdam, Zaandam, Haarlemmermeer, Krimpen aan de Lek, Tiel (stroop), Krabbedrijke (koolfabriek), Kortijk (vlas), Antwerpen, enz.

1940

Maarten Servaas

Schipper en zoon worden door Franse soldaten van boord gestuurd. De Franse soldaten brengen het schip tot zinken. Na de capitulatie van Nederland gaan schipper en zoon op zoek naar hun schip en vinden het doordat de klik (de h..) net iets boven het wateroppervlak uitkomt. Het schip heeft dan 3 weken onderwater gelegen. M.b.v een klipper en een waterschip wordt de Hoop gelicht. Een groot gat wordt gedicht met een baal meel en dan gestempeld. De laatste reis begint in juni 1944. Ze gaan op weg met een vracht aardappelen voor Utrecht. Op de terug weg horen ze bij Dordrecht dat alle schepen worden gevorderd. Ze varen naar Puttershoek en verbergen het schip tussen 7 meter hoog riet. Hier hebben ze 8 maanden ondergedoken gezeten. Na de bevrijding varen ze langs Vlissingen naar huis. Ze blijken over een mijnen veld heen gevaren te zijn, maar doordat het schip maar 80cm steekt hadden ze geen aantrekkingskracht op de mijnen.

1945-1948

Ze varen nog enkele jaren met De Hoop. In 1947 komen ze 13 weken vast gevroren te zitten bij Krimpen aan de Lek, na het vervoer van een lading koolrapen. Doordat de schepen steeds groter worden en steeds meer lading gaan vervoeren, wordt De Hoop te klein.

1948
Het schip wordt verkocht aan schipper J.C. Dooms te Terneuzen. Deze plaatst een laad en los installatie voor het laden en lossen van zand en grind.

1961
Het schip wordt aangekocht door een vennootschap ondergebracht bij Firma Swets te Hardinxveld-Giessendam. Dit is een aannemersbedrijf en werkt voor het rijk en voert onder andere de volgende werkzaamheden uit: het aanleggen van schoeiingen, meerpalen e.d. De Hoop wordt gebruikt voor het vervoer en het verwerken van hout aan boord. Het schip krijgt de naam Merwede XI.

1986
Het schip komt voor het eerst in handen van particulieren. De naam wordt terug veranderd in De Hoop en er wordt een begin gemaakt met de restauratie m.b.v. een havenmeester van de museumhaven te Amsterdam. De Hoop lag gedeeltelijk gezonken in een haven in Den Haag. Om het schip verder te restaureren moesten zij eerst zorgen het schip weer boven water kwam. De brandweer heeft geholpen en van het leegpompen een oefening gemaakt. De eerste brug die het schip tegenkwam werd gelijk een obstakel, veel te laag, dus weer water in het schip laten lopen totdat het schip onder de brug door kon. Uiteindelijk is de Hoop afgemeerd en later op het droge gezet bij scheepswerf Bakels aan de Gouderaksedijk. Overigens liep de motor toen niet en is de tjalk van Den Haag naar Gouderak gesleept. Deze eigenaar vaart er mee naar Frankrijk. Hier verandert het schip van eigenaar en wordt teruggevaren naar Nederland.

1990

De Hoop wordt aangekocht door J. Brown en I.L. Boukema, zij brengen het schip naar Gouda. In Gouda zijn zij de eerste liggers van het binnenhaven museum te Gouda, in die jaren wordt het schip verder gerestaureerd.

1993
De Hoop wordt verkocht aan fam. Bokhoven. Deze eigenaar installeerd een nieuw tuig en de Kromhout motor wordt vervangen door een gereviseerde Daf 575 motor. Deze Kromhout motor is nog steeds te bewonderen aan de kade van het binnenhaven museum in Gouda. In 2000 is de Hoop voor het eerst sinds 1938 weer zeil-technisch in orde.

2000
Het schip wordt verkocht aan P. de Groot en L. Krijgsman, welke het schip verbouwen van varend recreatie schip tot varend woonschip. Hiervoor zijn de den en de roef 30 cm omhoog getrokken. Het ruim volledig schoongemaakt en opnieuw in het vet gezet, en daarna volledig klaar gemaakt voor bewoning en heeft De Hoop zijn huidige staat en functie verkregen.

2011
De Hoop wordt verkocht aan S.R. Lenselink en M.L.J. Brantjes.